Welkom
Actueel
Pastores
Vieringen
Parochie- administratie
Werkgroepen
Werkgroep nieuws
Bestuur
Patroon
Geschiedenis van de parochie
Geschiedenis van de kerk
Begraafplaats
Fotogalerij
Jongeren
Links
Contact

Parochiekerk van de H. Willibrordus

 


In 1907 werd pater Albertus Pluymaekers ofm pastoor te Coevorden en hij zag al gauw, dat er een nieuw kerkgebouw moest komen: het oude kerkje raakte danig in verval en het aantal parochianen was tot 1285 gestegen.

Zijn boekje Historische schets van de Roomsch-katholieken te Coevorden (1909) was het startsein om (in heel Nederland) geld in te zamelen voor de arme parochie. In 1912 kreeg architect W. te Riele uit Deventer opdracht een kerk te ontwerpen. Aartsbisschop H. van de Wetering ging niet akkoord met een groot priesterkoor, wat uiteindelijk f 9.000,00 scheelde. Op 18 april 1913 werd het werk gegund aan aannemer A. de Boer uit Coevorden, de laagste inschrijver met f 41.453,19; opzichter werd de heer G. Blancke uit Amsterdam.

Parochiekerk van de H Willibrordus.

In tegenstelling tot de oude kerk - was in 1787 een bestaande woning - werd de nieuwe neogotische kerk georiënteerd, d.w.z. met altaar aan de oostkant, waar de zon - symbool van het licht en de warmte (liefde) van Christus - opkomt. Op 15 mei 1913 ging de eerste spa in de grond en op zondag 29 juli 1913 legde pastoor Pluymaekers de eerste steen. Op 23 april 1914 kwam monseigneur Van de Wetering de kerk consacreren. Op zaterdag 16 mei (Avondlof) en zondag 17 mei 1914 (H. Mis) werd de kerk in gebruik genomen. De klok (1825), de preekstoel (1866) en het Winkels-orgel (1895) werden overgebracht naar de nieuwe kerk. De rekening en verantwoording werden op 5 februari 1915 door de aartsbisschop goedgekeurd. De totale kosten hadden f 50.981,86 bedragen, de inkomsten - inclusief een lening à f 20.000,00 - f 51.086,35; batig saldo f 104,49 ...

Het doopvont.

In de volgende jaren werd de kerk stelselmatig verfraaid. Naast de aanschaf (meestal schenkingen) van een nieuwe doopvont, communiebank, preekstoel en missiekruis gaven vooral de gebrandschilderde ramen kleur aan de kerk. Die ramen zijn dan ook van uitstekende kwaliteit: ze kwamen uit het atelier van Frans Nicolas & Zn (de wereldberoemde Joep) te Roermond. Onder het pastoraat van pater Paduanus Bouters ofm werd op zondag 30 december 1935 de nieuwe kruisweg ingewijd. Hij werd geleverd door B. Martina te Enschede voor f 3.500,00 en was gemaakt in Italië van Venetiaans glasmozaïek naar schilderstukken van Winand Gerardts. In 1939 ontstonden er moeilijkheden over de kruisweg: schilder Geraerdts vond, dat de auteursrechten waren geschonden en hij eiste via een advocaat verwijdering van de kruisweg. De zaak werd uiteindelijk in der minne geschikt, doordat de heer Martina de schilder toezegde, dat deze de ontwerpen voor toekomstige opdrachten mocht maken. Op 4 juni 1948 kregen drie nieuwe klokken - de oude uit 1825 was op 3 februari 1943 door de Duitsers geroofd - hun plaats in de toren.

De ramen bij het Maria altaar

Tijden en mensen veranderen. Tijdens de vernieuwingsgolf in de katholieke kerk van de jaren zestig verdween in één veeg wat jaren met veel zorg en moeite (en geld!) tot stand was gebracht. In 1962, onder pastoor Eugenius Trienekens ofm, werd de kerk drastisch veranderd; de reden lag in de gewijzigde liturgie. Voorheen was het de gewoonte dat de priester tijdens de H. Mis met de rug naar de mensen stond. Voortaan stond hij met het gezicht naar de mensen. Dat betekende dat het hoogaltaar niet meer gebruikt kon worden en maar werd afgebroken! Er kwam een nieuw grijsmarmeren altaar, dat veel meer naar voren op het priesterkoor geplaats werd. Ook de communiebank, de preekstoel, het mooie gotische missiekruis boven het priesterkoor, het gepolychromeerde Maria- en H. Hartbeeld verdwenen uit de kerk. En of het nog niet genoeg was, werden het middelste gebrandschilderde raam eruit getikt en het linker- en rechterraam ingekort. Op de plaats van het hoogaltaar kwam een modern sacramentsaltaar. En dit alles kostte f 60.000,00 en gebeurde met goedkeuring van het Bisdom ... ! Gelukkig wist koster Hans Keuenhof onderdelen van het altaar, de communiebank, de preekstoel en stukken van de glas in loodramen te redden door ze op de kerkzolder op te bergen. Het orgel werd in 1963 achter op het koor geplaatst - stond eerst op de zijzolder - en kreeg het een elektrische in plaats van een mechanische bediening, waardoor de speeltafel los van het pijpwerk geplaatst kon worden; kosten f 25.000,00.

Glas in lood raam

Een kleine twintig jaar later, in 1980, kregen het ex- en interieur een grote opknapbeurt. Het priesterkoor werd vergroot, dieper de kerk in; het werd afgerond in de vorm van een cirkelsegment, aflopend met vier treden tot de kerkvloer. De zijkapellen kregen treden in dezelfde beige betonsteen en de borstwering tussen hoofdkoor en zijkapellen werd verfraaid met panelen uit de oude communiebank. Er kwam een nieuwe preekstoel, waarin de Christusfiguur en de vier apostelen van de in 1962 verdwenen preekstoel werden geplaatst. Enkele retabelen van het oude hoogaltaar kregen een plaats tegen de achtergevel en naast het tabernakel. Het sacramentsaltaar werd overgebracht naar de Mariakapel achter in de kerk, het tabernakel werd op een zuil in de Jozefkapel geplaatst. Op het vergrote priesterkoor werd de altaartafel verder naar voren geplaatst, excentrisch, op een draaiplateau, wat gedaan werd om het altaar te kunnen draaien naar de dagkapel, die er nu gekomen was op de plaats van het vroegere hoogaltaar. In de praktijk werd de dagkapel echter de nieuwe plaats voor de koren. Er kwam vaste vloerbedekking, de muren kregen een nieuwe kleur en de kerkbanken, nu zonder knielbank, kregen een andere indeling, die overigens een aantal jaren later gedeeltelijk ongedaan werd gemaakt.

Het interieur

In 1984 werd een Restauratiecommissie opgericht. Eerst werd het orgel - dat door de werkzaamheden van 1980 nogal geleden had - opgeknapt door de orgelbouwers Kaat & Tijhuis uit Kampen. Vlak voor de viering van het tweehonderdjarig bestaan van de parochie in 1987 konden de door atelier De Bron uit Beuningen gerestaureerde glasinloodramen herplaatst worden.

In 1992 werd de kerk op de lijst van Jonge Monumenten geplaatst. Sindsdien verkreeg de parochie al een aantal keren subsidie van Monumentenzorg voor groot onderhoud en restauraties. In 2001 werden de buitenmuren, daken en toren gerestaureerd. Tevens werd het interieur van de kerk opnieuw geschilderd. De Mariakapel werd ingericht als gedachteniskapel.



top