Welkom
Actueel
Pastores
Vieringen
Parochie- administratie
Werkgroepen
Werkgroep nieuws
Bestuur
Patroon
Geschiedenis van de parochie
Geschiedenis van de kerk
Begraafplaats
Fotogalerij
Jongeren
Links
Contact

Geschiedenis van de R.-K. Begraafplaats De Loo

 




R.-K. BEGRAAFPLAATS DE LOO

In het begin van de vijftiende eeuw was er bij een kerkhof nabij de grens van het Landschap Drenthe en de Heerlijkheid Coevorden de kapel te Hulsvoord. In akten die betrekking hebben op de afstand van rechten op Coevorden en Drenthe door Reynold IV in 1402 is sprake van een "ante cimeterium capelle" (een kapel vóór het kerkhof). Vanaf die tijd vond de inhuldiging van de bisschop daar plaats. Ook zouden er bedevaarten zijn gemaakt naar de kapel die ± 1460 haar bloeitijd kende. In de Gelderse Oorlogen (1492 - 1543) is zij verwoest; er zijn geen sporen meer van te vinden. Onze parochiebegraafplaats ligt waarschijnlijk een paar honderd meter westelijker.

De huidige toegangspoort met spreuk In de twaalfde en dertiende eeuw begroef Coevorden zijn doden op de hof rond de Oude Kerk, die gelegen was op de plek van het huidige Fort Verlaat. De Oude Kerk werd in 1231 door brand verwoest en werd niet meer opgebouwd. De Nieuwe Kerk - staand op de plaats van de tegenwoordige Hervormde Kerk - werd parochiekerk en daarbij werden in de volgende eeuwen de doden begraven; vooraanstaande mensen werden, zoals in vele andere plaatsen, soms in de kerk begraven. In 1829 werd het - bij Koninklijk Besluit - verboden doden in een kerk te begraven; begraafplaatsen moesten buiten de bebouwde kom worden aangelegd.
Pater Weenink ofm (pastoor van 1819 tot 1846) kocht in 1830 voor f 250,00 een stuk grond aan de Looweg om daar een katholieke begraafplaats aan te leggen. In 1849, tijdens het pastoraat van pater Horn ofm, werd er een kapel gebouwd ter ere van Sint Jozef, de patroon van een zalige dood; kosten voor de parochie f 200,00. Het sober gebouwtje maakte in 1870 plaats voor een nieuwe kapel achter op de begraafplaats; de bouw werd betaald uit diverse liefdesgiften. Er kwam een kruisbeeld met daaronder de beelden van Maria en Johannes, respectievelijk geschenken van de meisjes en de jongens uit de parochie. In 1962 kregen het kruis en de beelden een plaats in de parochiekerk. Het prachtige gepolychromeerde Missiekruis (van 1916) dat boven de communiebank in de kerk hing, werd van de ornamenten ontdaan, ingekort en met een zwart-wit (!) geschilderd corpus in de kapel gehangen.
Het was pastoor Pouw ofm (1866 tot 1874) die zorgde voor de bouw van de kapel en de aankleding ervan. Hij had al aan het begin van zijn pastoraat het initiatief genomen een muur om de begraafplaats te bouwen, omdat die werd ontwijd door het gewroet van dieren uit het open veld; financiële problemen zorgden ervoor, dat de muur pas in 1874, kort voor het vertrek van de pastoor, gerealiseerd werd. De spreuk aan de linker- en rechterkant van de toegangspoort van de begraafplaats

"Wat gij nu zijt was ik voor dezen,
wat ik nu ben zult gij dra wezen."

is een eeuwenoude variatie op "Wees bereid, want ge kent dag noch uur." De Pieterpadlopers wordt in hun routeboekje anno 2002 gewezen op de poort en de daar vermelde spreuk. De muur is door de eeuwen heen een zorgenkind geweest: in 1877 waaide een kwart van de muur om en in 1922 ging een groot deel van de westelijke muur omver. De muur moest over de hele lengte worden vernieuwd en men maakte van de nood een deugd en vergrootte meteen de begraafplaats.
Op 7 maart 1934 werd op initiatief van pater Bouters ofm (1932 - 1946) een Kerkhofcomité opgericht dat tot doel had "het kerkhof, dat tot ergernis zelfs van andersdenkenden in hoogst verwaarloosde toestand verkeert, tot een waardiger verblijfplaats te maken voor onze doden." De kapel werd gerestaureerd en het derdeklasgedeelte werd eerste klas, het middendeel tweede klas en het deel het dichtst bij de ingang derde klas. De "voornaamste" (en duurste!) plaatsen waren nu het dichtst bij de kapel en het kruis, waar voorheen de derde klas, de ongedoopte kinderen en de publieke zondaars lagen ... Een hele verbetering was het plaatsen van twee grote banken: na een half uur lopen van de stad kon men dan even uitrusten. Doordat de begraafplaats zover van de stad aflag, was een begrafenis een lange gang: men trok er lopend achter de lijkkoets naartoe. De geestelijke verkleedde zich voor de begrafenis bij boer Ambergen tegenover de begraafplaats.
Op de derde zondag van november 1937 hield pastoor Bouters een gebedsdienst op de begraafplaats. Hij maakte daar een jaarlijkse gewoonte van in november, Allerzielenmaand. De liturgie bestond uit predikatie, gebed, het zingen van de psalm De profundis clamavi ad Te, Domine (Uit de diepten roep ik tot U, Heer) en het besprenkelen van de graven met wijwater.
Het onderhoud van begraafplaats en kapel bleef een probleem. Op 1 november 1964 werden in het parochieblad parochianen opgewekt om de begraafplaats op te knappen: "Schop en houweel meenemen." De oproep had succes: op 8 november werden alle werkers bedankt.

In 1972 ging er in de vroege morgen van maandag 13 november, Ganzenmarkt, door een hevige najaarsstorm weer een deel van de muur tegen de vlakte. Ook uit de bocht vliegende auto's gingen wel eens door de muur heen, maar steeds waren er weer vrijwilligers die de muur herstelden. Ook het onderhoud gebeurde - en gebeurt nog steeds - veelal door parochianen; de gebroeders Ambergen hebben daarin een vooraanstaande rol gespeeld.

De begraafplaats 'vol' In de eerste helft van de jaren zeventig van de twintigste eeuw raakte de begraafplaats "vol". Op voorstel van een door het Kerkbestuur ingestelde Kerkhofcommissie werd besloten de begraafplaats per 1 januari 1975 te sluiten. Parochianen die nog verkregen rechten hadden, konden er nog begraven worden. Op de Algemene Begraafplaats kwam een katholiek gedeelte, waar onder anderen pater Kropman ofm (kapelaan van 1946 tot 1956 en pastoor van 1977 tot 1981) zijn laatste rustplaats heeft, maar dat raakte snel vol en daarna werden ook de katholieken, onder wie pastoor Voskuilen (1982 -1984) op het algemene gedeelte begraven of bijgezet in de urnenmuur daar. Het onderhoud - beter gezegd het gebrek aan onderhoud - door bestuur en nabestaanden zorgde ervoor dat begraafplaats er aan het eind van de twintigste eeuw bepaald niet fraai bijlag.

In 2000 werd de heer A.H.T. Blaauwgeers, lid van de Parochievergadering, benaderd door een ernstig zieke parochiaan die de wens uitte begraven te mogen worden op de katholieke begraafplaats. De heer Blaauwgeers legde deze wens voor aan Parochiebestuur en -vergadering en besloten werd een inventarisatie te maken van de begraafplaats. (Door de jaren heen was er een abominabel slechte administratie gevoerd en van verkregen rechten volgens het reglement van 1959 was geen spoor terug te vinden.) De heren Blaauwgeers en F.G.T. Langeland legden in juni 2001 hun uitkomsten en voorstellen voor aan Parochiebestuur en -vergadering. Daaruit bleek dat er 606 graven, 16 gereserveerde en nog 81 (!) vrije plaatsen waren: het besluit tot sluiting in 1974 bleek wel wat voorbarig genomen te zijn, te meer als men ervan uitgaat dat na het verjaren van grafrechten ruiming mogelijk was (geweest). Op 13 juni 2001 werd het besluit genomen de begraafplaats op te knappen en per 1 januari 2003 weer open te stellen voor het begraven van parochianen.

Urnenmuur Vanaf januari 2002 werd er door de Begraafplaatscommissie veel vergaderd (er werd o.a. een nieuw reglement opgesteld, dat door Parochievergadering en -bestuur werd vastgesteld op resp. 3 en 9 april 2002 en bisschoppelijke goedkeuring verkreeg op 18 april 2002) en gewerkt, bij het laatste bijgestaan door verscheidene vrijwilligers. Wildgroei werd verwijderd, kapel en toegangspoort werden onder handen genomen, het missiekruis werd zo goed mogelijk in oude vorm hersteld en het corpus werd opnieuw gepolychromeerd door de heer Huub Linssen (die ook de adviezen gaf voor het schilderen van de kapel en in 2003 een monument voor de doodgeboren/ongedoopte kinderen ontwierp), er werd een mededelingenbord geplaatst en een urnenmuur gebouwd. De heer Blaauwgeers belde stad en land af om nabestaanden te achterhalen aan wie in augustus het nieuwe reglement werd toegestuurd en de vraag werd voorgelegd, of ze per 1 januari 2005 verlenging van grafrechten wensten. De heer W.J.M. Huisman, lid van de Parochievergadering, ontwierp een computerprogramma voor de administratie van de begraafplaats.

Op Allerzielen 2002 werd de totaal opgeknapte begraafplaats opnieuw in gebruik genomen met een vesperdienst, waarin pastoor Gerard Lukassen sma en pastor Lysbeth Minnema voorgingen en waaraan de mannen van het kerkkoor Cantemus Domino medewerking verleenden. Een jaar later werd tijdens een soortgelijke plechtigheid het monument voor de doodgeboren/ongedoopte kinderen onthuld en ingezegend. Elk jaar vindt nu met Allerzielen een vesperdienst op de begraafplaats plaats.
De begraafplaatscommissie ad hoc bleef zich inzetten voor goed onderhoud en verdere verfraaiing van de begraafplaats; na opheffing van deze commissie op 24 november 2009 in de vergadering van het Parochiebestuur berust deze taak weer rechtstreeks bij het Parochiebestuur.
Als bestuur, parochianen en nabestaanden voor een goed onderhoud blijven zorgen, kunnen onze overledenen er blijvend waardig rusten.

top